We gaan zo naar Wageningen maar na het ontbijtgesprek heb ik zoveel in mijn hoofd dat ik het nu liever op zou schrijven.
Misschien als we terugkomen.
Maar dit wordt een heel ander verhaal van een uitstapje. Dat in mijn hoofd laat ik nog even zitten.
Het was helemaal niet te warm maar gewoon lekker weer. Weinig zon. Dat is prima om te fotograferen en om niet te snel te moe te worden. Maar toch, voor we de deur uitgingen was ik al moe. Onderweg in de auto kan ik wel uitrusten. Ik had een blouse met lange mouwen over het t-shirt aangedaan en een sjaal over dat stomme petje met een klep geknoopt tegen het zonlicht, zoals ik had gezien op internet. De sjaal kleurde mooi bij het blousje maar had ik er zin in… nee niet echt omdat ik toch al moe was.
De lucht betrok onderweg. Er hing een behoorlijke grijze wolk boven de weg die we in eerste instantie niet opmerkten omdat we achterlangs door de donkere bossen van Oosterbeek langs de Veluwe zoom, via sluipwegen naar Wageningen reden.
Voor Wageningen op de grote weg zagen we de bui al hangen. Ik mocht me dan gewapend hebben tegen de zon om geen stekende jeukende huiduitslag op te lopen. Op deze regenbui had ik niet gerekend.
Ik stap echt niet uit op de parkeerplaats hoor
Op zoek naar een plekje vlakbij de stad zodat we een restaurantje in konden duiken. Al zoekend kwam de tijd ons tegemoet en verminderde de bui tot wat gemotter. Daar was doorheen te komen, dus wandelden we door het stadje naar de markt.
Ik ben al in geen eeuwigheid meer op een markt geweest en o, o, wat was dat een feest van herkenning. Alle dingen waar ik vroeger warm voor liep en waar ik nu nauwelijk nog aan denk t stonden uitgestald. Ferry helpt mee kijken als hij wist wat ik zocht want hier en daar doen mijn ogen het niet meer. Ik kocht een mooi katoenen bloesje en met een paar gespjes waarmee je zo leuk sjaals kunt vastzetten en omslaan en een kilo kersen. In een restaurantje aten we een uitgebreide tosti waar wat lekkere sla naast gedrapeerd lag. En dat allemaal binnen de vooraf ingestelde parkeertijd.
We stapten in de auto en reden naar ‘Het Depot’, waar we zo graag fotograferen.Ruim twee jaar geleden waren er nog volop plannen daar te gaan wonen in de appartementenflat daaraan sluitend. Maar dat mocht het niet worden. We wandelden door het park dat volop in de atersproeierds stond om uitdrogen te voorkomen
We fotografeerden zoveel minder dan we in andere jaren gewend zijn. Het valt ons de laatste jaren steeds weer op hoe weinig insecten er nog zijn. Daardoor ook veel minder vogels. De vogelpest zal daar ook geen goed aan doen. Ze krijgen toch ook te weinig voedsel als insecten verdwenen. Waar gaan we toch naar toe? Het stemt me weinig hoopvol.
Het is zo erg dat we ons afvragen of we niet beter een ander object voor onze fotografie lus uit kunnen gaan zoeken want die lust lijkt bij ons beiden ook steeds meer op een laag pitje te gaan staan.
We hebben dus minder fotootjes dan we gewend zijn mee naar huis genomen. Maar voor mij was dit een heerlijk uitje waar we al lang niet meer zo frequent van genieten als we vroeger deden. Steeds groter worden de tussenpozen van de uitstapjes. Gerelateerd aan de lijfelijke omstandigheden.
Maar dit was toch weer eens even lekker eruit.
Intussen heb ik alle fotootjes bekeken en ben toch blij met het resultaat.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten