donderdag 14 januari 2021

De eenheid van alle bestaan

Gisteravond zijn we met een kleine groep met de digitale zoom weer in De Geheime Leer van H.P. Blavatsky gedoken.  Daarmee ben ik nu alweer dertig jaar geleden begonnen en nog altijd is het een bijzondere studie waarin ik steeds weer tot nieuwe inzichten en ideeën kom. Deze groep is net weer begonnen en hieronder een lang citaat over de manier waarop met die studie moet worden omgegaan. Want  in mijn beleving is het niet alleen een studie maar ook een heel andere manier van benadering en kijken naar de wereld en alle gebeurtenissen en naar de  innerlijke wereld die ook een hele wereld is. Om dat te leren ervaren is het iets meer dan een studie, gaat het om bepaalde dingen je eigen te maken waardoor er nieuwe inzichten kunnen ontstaan over de mens en zijn religie en het ZIJN. Dan worden die nieuwe inzichten eigen ervaringen en krijgt het leven meer  betekenis.
Binnen de context van dat geheel is het dan ook mogelijk alle religies een plek te geven op basis van de essentiële traditie waarvan in de loop van de eeuwen zoveel verloren is gegaan waardoor er schisma's zijn ontstaan, helaas.



Benader de GL (zegt ze- Blavatsky) zonder te verwachten daarin de uiteindelijke waarheid over het bestaan te vinden, of met enige andere gedachte dan te zien hoever ze ons naar de waarheid voert. Zie de studie als een middel om het denken dat door andere studies nooit is gestimuleerd, te oefenen en te ontwikkelen. Neem de volgende regels in acht: 
1. Wat men ook in de GL bestudeert, laat het bewustzijn vasthouden aan de volgende gedachten, als basis voor zijn ideeënvorming. 
(a) De fundamentele eenheid van alle bestaan. Deze eenheid is iets totaal anders dan wat men gewoonlijk onder eenheid verstaat – zoals wanneer we zeggen dat een volk of een leger een eenheid is; of dat de ene planeet door magnetische krachtlijnen, of iets dergelijks, is verenigd met een andere. Dat is niet de leer. Die luidt dat het bestaan één wezen is, niet een verzameling wezens die met elkaar zijn verbonden. In de kern is er één zijn. Dit zijn heeft twee aspecten, een positief en een negatief. Het positieve is geest, of bewustzijn. Het negatieve is substantie, het onderwerp van bewustzijn. Dit zijn is het absolute in zijn primaire manifestatie. Omdat het absoluut is, is er niets dat erbuiten valt. Het is al-zijn. Het is ondeelbaar, anders zou het niet absoluut zijn. Als een deel ervan zou kunnen worden afgesplitst, zou wat overblijft niet absoluut kunnen zijn, omdat zich onmiddellijk de moei-lijkheid zou voordoen dat dit deel en het ervan afgescheiden deel worden vergeleken. Vergelijking is onverenigbaar met elk idee van absoluutheid.
Daarom is het duidelijk dat dit fundamentele ene bestaan, of absolute zijn de werkelijkheid moet zijn in iedere vorm die er is.

Ik zei dat, hoewel dit voor mij duidelijk was, ik niet dacht dat er veel mensen in de loges zouden zijn die het zouden begrijpen. ‘Theosofie’, zei ze, ‘is voor hen die kunnen denken, of zich aan het denken kunnen zetten, niet voor mensen die te lui zijn om hun verstand te gebruiken.’ HPB is de laatste tijd mild geworden. ‘Dumskulls!’ (domkoppen) noemde ze gewoon-lijk de gemiddelde student. 
Het atoom, de mens, de god (zegt ze) zijn alle, zowel afzonderlijk als gezamenlijk, absoluut Zijn in hun uiteindelijke kern, dat wil zeggen hun ware individualiteit. Dit idee moet altijd de achtergrond van ons denken vormen om als basis te dienen voor ieder begrip dat ontstaat uit de studie van de GL. Zodra dat wordt losgelaten (en dat is maar al te gemakkelijk als men zich bezighoudt met een van de vele ingewikkelde aspecten van de esoterische filosofie), doet het idee van afgescheidenheid zich voor en ver-liest de studie haar waarde. 
(b) Het tweede idee waaraan men moet vasthouden is dat er geen dode stof bestaat. Zelfs het kleinste atoom leeft. Het kan niet anders omdat ieder atoom in wezen zelf absoluut Zijn is. Daarom bestaat er niet zoiets als ‘ruim-ten’ van ether, of åkåßa, of hoe u het ook wilt noemen, waarin engelen en elementalen rondspartelen als forellen in het water. Dat is de algemene gedachte. De ware gedachte is dat ieder atoom substantie, op welk gebied ook, op zichzelf een leven is. 
(c) De derde basisgedachte waaraan men moet vasthouden is dat de mens de microkosmos is. Als hij dat is, dan bestaan alle hiërarchieën van de hemelen in hem. Maar in feite is er geen macrokosmos en geen micro-kosmos, maar één bestaan. Ze zijn alleen groot en klein als ze door een beperkt bewustzijn worden beschouwd. 
(d) De vierde en laatste basisgedachte waaraan men moet vasthouden is wat wordt uitgedrukt in het grote hermetische axioma. Het vat in feite alle andere samen en is de synthese ervan. 
Zoals het innerlijke is, zo is het uiterlijke; zoals het grote is, zo is het kleine; zo boven, zo beneden; er is maar één leven en wet; en hij die dit gaande houdt is één. Niets is innerlijk, niets is uiterlijk; niets is groot, niets is klein; niets is hoog, niets is laag, in de goddelijke ordening.
Welk onderwerp men ook bestudeert in de GL, men moet het in verband brengen met deze basisgedachten.



2 opmerkingen:

  1. Doet me denken aan de advaita van b.v. Nisargadatta Maharash,Ramesh Balsekar enz. Universeel inzicht?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dat is niet zo vreemd Iza. Het boek gaat over een vergelijkende godsdienststudie en alles komt aan bod om daaruit de essentie te destileren en de oude wijsheidstraditie naar boven te halen waarop alle religies gestoeld zijn en je hier en daar nog terug kunt vinden in mystiek, hindoeïsme, boeddhime en andere oude tradities of filosofieen zoals Plato etc. Blavatsky schrijft in de inleiding : IK HEB HIER ALLEEN MAAR BLOEMEN VOOR EEN BOEKET UITGEZOCHT, EN HEB ER NIETS VAN MIJZELF AAN TOEGEVOEGD DAN HET TOUWTJE DAT ZE SAMENBINDT.

      Verwijderen